Marjol Nikkels zet de wijzigingen in de sociale zekerheid voor 2023 op een rij

Het wordt een spannende Prinsjesdag, want er gaat een grote herverdeling komen. De vraag is: hoe gaat die herverdeling eruit zien? Socialezekerheidsdeskundige en spreker op de Actualiteitendag Finance & Control Marjol Nikkels zet het voor u op een rij.



Er zijn wel weer de nodige belangrijke ontwikkelingen,’ betoogt expert sociale zekerheid Marjol Nikkels. ‘Maar ik vind het allemaal wel erg lang duren. In de kamerbrief over de aanpak mismatch sociaal-medisch beoordelen en hardheden WIA schrijft Karien van Gennip dat ze weer een commissie gaat instellen, terwijl op zich de knelpunten en problemen allemaal bekend zijn.’


Vervolguitkering blijft knelpunt

Een van die knelpunten is de vervolguitkering. Die is (al sinds 2006!) in strijd met Europese wetgeving. Nederland is daar al verschillende keren over op de vingers getikt, maar er gebeurt feitelijk niets. Nikkels: ‘Dat is de vakbewegingen een doorn in het oog, want die hebben heel veel moeite met die lage vervolguitkering in de WIA. Stel je voor, je komt van 4.000 euro brutoloon af en wordt 50 procent arbeidsongeschikt en vindt uiteindelijk geen passende baan. Dan krijg je eerst 2 jaar loondoorbetaling bij ziekte en dan nog maximaal twee jaar een loongerelateerde uitkering. Wanneer je uiterlijk 4 jaar na de eerste ziektedag nog geen werk gevonden hebt, dan hou je een klein percentage over van het minimumloon. Bij 50 procent arbeidsongeschiktheid is dat 35 procent van het minimumloon. Dat is 500 á 600 euro, daar kan natuurlijk niemand van leven. Dat is bedoeld als prikkel om werk te zoeken, en daar is op zich niet zoveel mis mee. Maar we moeten werk in goede context zien. Er is veel werk, maar er is ook een mixmatch. We moeten mensen veel eerder gaan omscholen. Van het STAP-budget hoef je dat niet te verwachten, dat was weer binnen 2 uur en een kwartier op. Toch blijft een leven-lang-ontwikkelen een belangrijk onderwerp. De SER is bezig met een actie-agenda. Veel mooie woorden maar de praktijk is weerbarstiger. Maar een goede werkgever, die gaat zelf met mensen aan de slag. We moeten veel meer kijken naar wat nog wel haalbaar is.’


Betaalbaarheid AOW

Het langetermijnprobleem wat nu al erg dichtbij komt, is de betaalbaarheid van de AOW, aldus Nikkels. ‘We weten dat er in 2035 twee werkenden op één uitkeringsgerechtigde zijn. 2035 is helemaal niet zo ver weg. Je ziet nu al dat het fout gaat met de WIA-instroom en je weet dat je straks al die werkenden nog nodig kunt hebben. Op dit moment wordt een hele grote groep 80-100 procent arbeidsongeschikt, mede doordat het UWV functies niet meer goed kan duiden. De vakbeweging zegt terecht dat we veel meer naar de feitelijke verdienmogelijkheden moeten kijken. Dat was in Rutte-III ook al ter sprake, maar daar zijn ze nooit uitgekomen. De mismatch en problemen zijn uitstekend in kaart gebracht in al die kamerbrieven, maar het is allemaal weinig oplossingsgericht. De regering schuift het weer voor zich uit. Wel komen er wat tijdelijke maatregelen.’


Pilot 60-plussers

Er zijn nog steeds veel achterstanden in de sociaal-medische beoordelingen. Het UWV heeft hier een heel groot knelpunt. Nikkels: ‘Daar zijn nu wat pilots voor uitgezet. Onder andere een pilot dat 60-plussers geen heel uitgebreide WIA-keuring hoeven als werkgever en werknemer het daar samen over eens zijn. Maar een zestigplusser heeft misschien nog wel 7 jaar werk te gaan. En 7 jaar WIA-uitkering, kost de werkgever heel veel geld. Als iemand al daadwerkelijk bij je werkt en je hebt al de schade verminderd, dan kan ik me best voorstellen dat je die herkeuring laat schieten. Dan kijk je puur naar de feitelijke verdiensten, dat is een goed handvat. Maar doe je dat bij iedere 60-plusser, dan worden ze allemaal 80-100 procent afgekeurd. De onmacht van het UWV komt zo opnieuw op het rekeningbordje van de ondernemer.’


Eerste 5 jaar geen onderscheid WIA/IVA

Op middellange termijn wil de minister het onderscheid tussen WIA en IVA laten verdwijnen, zo is te lezen in de kamerbrief. ‘De eerste 5 jaar wordt WGA dan de standaard. Pas na 5 jaar wordt de duurzaamheid bepaald. Maar let op,’ zegt Nikkels. ‘Als je de eerste 5 jaar de IVA afschaft, dan ligt ook hier de rekening volledig bij de werkgever. Want het risicodragerschap voor de WGA blijft wel behouden. Er is wel een plan om die tien naar vijf jaar terug te brengen, maar de rekening van alle arbeidsongeschikten komt volledig bij de werkgever te liggen. Als ik werkgeversorganisatie was, zou ik dit nooit accepteren. Als de duurzaamheid direct duidelijk is, dan wil je toch die rekening niet?’


Feitelijke verdiensten

Nikkels verwacht wel wat meer creativiteit. ‘Ik verwacht dat we op korte termijn inderdaad gaan kijken naar de feitelijke verdiensten. Als mensen nog daadwerkelijk aan het werk zijn en feitelijke verdiensten hebben, vaak zal dat bij de eigen werkgever zijn, dan zal het UWV eerst een beoordeling doen op die feitelijke verdiensten.’


Werknemer of zzp’er?

Ook op het gebied van de arbeidsmarkt zijn er ontwikkelingen. Nikkels: ‘Het rapport van de commissie Borstlap stuurt heel strak op de arbeidsovereenkomst in werknemersverband. De overheid wil de opkomst van zzp’ers heel graag stoppen. De minister schrijft in dat verband: we moeten naar een modernisering van de ‘gezagsverhouding’ toe. De laatste jaren winnen de vakbonden al die rechtszaken, denk aan Uber en Deliveroo. En dat is denk ik ook terecht. De advocaat-generaal heeft nu gezegd: ‘We moeten niet meer kijken of de opdrachtgever instructies geeft, we moeten veel meer gaan kijken of er sprake is van inbedding van het werk in de organisatie. En bij die inbedding van het werk is heel belangrijk: is die opdracht een kernactiviteit van het bedrijf of niet? En als het dan ook nog structureel werk is, is het heel logisch dat het een werknemer is. Als een jonge docent zo vanuit de opleiding freelance docent wiskunde wordt, dan hoort dat gewoon een vast dienstverband te zijn. Die jonge mensen zijn bovendien ook nodig voor de betaalbaarheid van het hele sociale-zekerheidssysteem,’ vervolgt de expert. ‘Want dat is wat Borstlap constateerde: de zzp’er zelf houdt (veel) meer geld over, maar betaalt ondertussen niet mee aan sociale voorzieningen. Is zich vaak ook niet bewust van de risico’s. En bovendien is het voor de werkgever nog goedkoper ook. En daar zit het probleem. Er is daardoor oneigenlijke concurrentie. Maar dat betekent dat onze factor arbeidskosten veel en veel te hoog is – en daar hoor je niemand over.’


Hervormingen arbeidsmarkt

Het middellange termijn advies van de SER zal grotendeels worden overgenomen, dat is in het regeerakkoord al aangekondigd. Nikkels: ‘Daarvan is al heel veel uitgewerkt. Deeltijd-WW is daar onderdeel van. De regering wil echt naar een afschaffing van de oproepcontracten toe. Dat moeten basiscontracten worden. Maar het vaste contract moet dan wel minder knellend worden. Dus bijvoorbeeld deeltijd-WW als er onvoldoende werk is. Ik verwacht echt dat die er komt. Ook zit de afschaffing van min/max-contracten eraan te komen.

Bovendien moeten we af van de constructies waarbij mensen telkens ingehuurd worden om structureel werk op tijdelijke contractbasis te doen. Om deze draaideurconstructies te voorkomen komt er een ketenbepaling.’


Wet DBA

Zoals gezegd zijn er plannen voor de Wet DBA. Nikkels: ‘Waarschijnlijk gaat het de kant op die de AG al noemde: als er geen inbedding in de organisatie is, is iemand een zelfstandig ondernemer. En bij inbedding in de organisatie is het een werknemer. De webmodule blijft alleen een voorlichtingsinstrument, waar geen rechten aan ontleend kunnen worden.’


Voorschotten

‘Mijn advies aan financials is: help mensen met hun voorschot,’ vervolgt Nikkels. ‘De voorschotberekeningsproblematiek is best lastig. En als er nog feitelijk werk is, en mensen verdienen nog iets, vraag het voorschot dan níet aan. Want voorschotten en het werk dat daarvoor gedaan is, worden wel degelijk met elkaar verrekend. Mensen denken vaak dat ze een voorschot niet terug hoeven betalen. Maar de wet is: als je voorschot op een te hoog dagloon is berekend, dan hoef je niet terug te betalen. Maar de voorschotten op basis van je gewerkte inkomsten moeten wel worden terugbetaald. Dit kan grote problemen opleveren. We moeten daar echt betere voorlichting over geven. Die brieven zijn voor een gewone werknemer eigenlijk niet te lezen. Als financial kunt u daarmee helpen, in overleg met het UWV. Wat staat daar nu precies? Dáár kun je je meerwaarde laten zien. Dat moet je natuurlijk niet doen in de periodes dat je al hartstikke druk bent, maar er zijn ook wel rustige momenten dat je dit op kunt pakken. Dat hoort ook bij goed werkgeverschap.’


Vereenvoudigde Wet banenafspraak

In 2024 moet de vereenvoudigde Wet banenafspraak effectief zijn. ‘Ik hoop dat we daar met Prinsjesdag iets over horen,’ zegt Nikkels. ‘Dat ligt al erg lang stil. Het quotum was opgeschort tot en met 2022. De stijging in de banenafspraak ging de laatste jaren heel hard. En inmiddels zijn we achter gaan lopen en gaan we de banenafspraak zo niet redden. Het quotum wordt nog steeds niet geheven. 2024 is nog steeds de focus, maar ik kan me niet voorstellen dat ze dat halen.’


Bedrijfsarts leidend

Van de plannen die na Rutte III controversieel waren, is in ieder geval het wetsvoorstel dat de bedrijfsarts leidend wordt bij de RIV-toets weer ingediend. Nikkels verwacht dat die doorgaat. Ook al is de FNV daar fel op tegen. Die vindt dat de bedrijfsarts te veel op de hand van de werkgever is. Zelf is ze ook voorstander van een extra check door de verzekeringsarts van de RIV-toets. ‘Het is zo’n belangrijke beslissing voor de werknemer, dat het goed is dat daar nog eens onafhankelijk naar gekeken wordt in hoeverre er voldoende aan re-integratie is gedaan. Op dit moment hebben 12 procent van de opgelegde loonsancties te maken met een re-integratie belemmerend advies door de bedrijfsarts. Als de verzekeringsarts niet meer meekijkt bij de RIV-toets dan zijn deze loonsancties er niet meer. Dat is uiteraard wel prettig.’ Het genoemde argument is dat de werkgever op zijn bedrijfsarts moet kunnen vertrouwen. Nikkels denkt dat het echte argument het tekort aan verzekeringsartsen is.


Maak ook gebruik van de no-risk

‘De doelgroep uit de banenafspraak heeft een onbeperkte no-risk,’ aldus Nikkels. ‘Daar wordt veel te weinig mee gedaan. Maar zo lang je onbeperkte no-risk hebt, loop je als werkgever geen financieel risico bij verzuim en arbeidsongeschiktheid. En geef aan in het arbeidscontract dat het een additionele baan is, gekoppeld aan een loonkostensubsidie. Stel dat de overheid ooit stopt met bijvoorbeeld de loonkostensubsidie, dan levert dat in de toekomst geen problemen op. Dit in tegenstelling tot bij de Melkert-banen destijds. Daar zat je aan vast en bij arbeidsongeschiktheid kreeg je daar zelf de rekening van. Dat is nu dus beter geregeld.’


Richt je administratie goed in om gebruik te maken van loonkostensubsidies

Er zijn een aantal loonkostensubsidies voor ondernemingen die mensen een kans willen geven. ‘Het is wat investeren, maar je kan er ook veel voor terugkrijgen.’ Werkgevers benutten de bestaande regelingen nog onvoldoende, zegt ook het UWV. Nikkels: ‘Zorg dat je je organisatie goed inricht op het verkrijgen van de loonkostenvoordelen (de LKV’s). Er moet binnen 3 maanden een doelgroepverklaring voor zijn. Heel veel organisaties hebben dit nog steeds niet goed voor elkaar. Ben je te laat, dan is het geld weg. Je kunt in het arbeidscontract al opnemen dat de werknemer bereid is de doelgroepverklaring in de derde maand aan te vragen. De werknemer hoeft dit niet te doen, maar als je het in het arbeidscontract opneemt, dan is het een afspraak. Als (salaris)administrateur kun je mensen helpen bij de aanvraag.

En je moet ook een koppeling met je verzuimsysteem hebben. ‘Als deze persoon zich ziek meldt moet dat onmiddellijk worden doorgegeven aan het UWV voor de benutting.’ Zorg echt dat je je organisatie goed inricht op deze regelingen, want je laat echt veel geld liggen.’ En kom je er te laat achter en je hebt geen ziekengeld aangevraagd dan kun je als werkgever zelfs nog de WGA-rekening krijgen die op kan lopen tot 200.000 euro. In de Verzamelwet SZW 2022 is geregeld dat het UWV geen fictieve ziekengeldrechten meer vaststelt. Wanneer je er pas achteraf achter komt dat er sprake was van een no-risker kun je er als werkgever geen gebruik meer van maken indien er geen Ziektewet-vangnet door het UWV is uitbetaald.


Transitievergoeding compensatieregeling langdurige arbeidsongeschiktheid

De Transitievergoeding compensatieregeling langdurige arbeidsongeschiktheid loopt nu ook goed via het UWV. ‘Dat gaat om enorme bedragen,’ waarschuwt Nikkels. ‘Werkgevers: maak die 104 weken wel vol! Je hebt alleen recht op die Transitievergoeding compensatieregeling langdurige arbeidsongeschiktheid als je de volledige 104 weken vol maakt. Een arbeidscontract wordt nog wel eens tussentijds met een vaststellingsovereenkomst (vso) beëindigd. Maar dan heb je geen recht op die vergoeding. Als de werknemer bijvoorbeeld een andere baan geaccepteerd heeft, is dat ook via detachering op te lossen. Je detacheert de werknemer totdat de 104 weken vol zijn. Dan krijgt de nieuwe werkgever de no-risk en jij krijgt je transitievergoeding compensatie. Hoofdregel: een vso doe je niet als mensen nog ziek zijn.’

‘Veel ondernemers vragen zich af of ze de werknemer na die 104 weken mogen ontslaan. Want het UWV zegt: ‘Een goed werkgever wacht op de WIA-beschikking’. Maar als je echt geen werk meer hebt, en er is geen wijziging in de medische situatie, dan zou ik gewoon de ontslagvergunning aanvragen. Dat mag gewoon, ook al vindt het UWV dat niet netjes. Je kunt ook zeggen van het UWV dat het niet netjes is dat zij mensen zo lang laten wachten. De peildatum voor de transitievergoeding is 104 weken, dus alles wat je langer wacht is voor rekening van de werkgever. En als je pech hebt, moet de werknemer ook nog opnieuw naar de bedrijfsarts, want je hebt actueel oordeel van de bedrijfsarts nodig, en die is in totaal dertien weken geldig. Daar moet je beleid op maken: is er echt geen werk meer, dan gaan we stappen zetten.’



Bron: Controllers Magazine (cmweb.nl)