Loondoorbetaling werkende AOW’er terug naar zes weken

De loondoorbetaling bij ziekte voor AOW-gerechtigde werknemers wordt vanaf 1 april 2021 een termijn van 6 in plaats van 13 weken.

De termijn van 6 weken geldt ook voor op dat moment bestaande ziektegevallen onder AOW-gerechtigde werknemers. Als dat tenminste niet tot gevolg heeft dat de totale termijn meer bedraagt dan 13 weken. Dat meldt minister Koolmees in een ontwerpbesluit over het beëindigen van het overgangsrecht van de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd.


13 weken was overgangsmaatregel

Oorspronkelijk was in de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd ook een loondoorbetalingsperiode van 6 weken opgenomen. In de Tweede Kamer waren er echter zorgen dat dit mogelijk zou leiden tot verdringing van niet AOW-gerechtigden op de arbeidsmarkt. Bij wijze van overgangsmaatregel is toen de periode van loondoorbetaling voorlopig op 13 weken gezet. Als uit evaluatieonderzoek zou blijken dat er geen verdringing plaats zou vinden, kon deze periode verder worden verkort naar 6 weken.


Het evaluatieonderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden en laat geen verdringing van werknemers onder de AOW-leeftijd door AOW’ers zien. Bij de beslissing van werkgevers om een AOW’er aan te nemen, geven vooral bekendheid met de werknemer, specifieke ervaring en flexibiliteit de doorslag. Kosten of arbeidsrechtelijke voorwaarden spelen nauwelijks een rol. Daarom stelt de minister voor de overgangsmaatregel per 1 april 2021 te laten vervallen.



Zie ook: kamerbrief evaluatie wet werken na de aow