Een pleister op de wond: terugvragen transitievergoeding



Per 1 april 2020 kan het dus; het terugvorderen van de transitievergoeding door werkgevers bij het UWV, na beëindiging van de arbeidsovereenkomst na langdurige ziekte. Wat is goed om te weten? En gaat het leiden tot het meer uiten van goed werkgeverschap?


Wanneer aanvragen?

De transitievergoedingen kunnen teruggevraagd worden als ze tussen 1 juli 2015 en 1 april 2020 zijn verstrekt. Belangrijk is om voor 1 oktober 2020 de compensatie aan te vragen, want daarna is het niet meer mogelijk voor eerder toegekende vergoedingen. Deze 6 maanden termijn zal ook in de nieuwe situatie (vergoedingen die na 20 april 2020 zijn toegekend) gelden.


Wat heb je ervoor nodig?

Om gebruik te maken van deze wet zullen de volgende stukken naar het UWV gestuurd moeten worden:

  • De arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer.

  • Bewijs dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd (indien dit niet van rechtswege is).

  • Bewijs dat de werknemer langdurig ziek was op het moment van beëindiging inclusief de periode van ziekte en naam van bedrijfsarts.

  • Loonstroken werknemer die gebruikt zijn om de transitievergoeding te berekenen

  • Bewijs van betaling van de transitievergoeding

Bewaar deze stukken dus goed. Mocht je twijfelen of je deze stukken allemaal hebt, ga ze dan nu alvast verzamelen, zodat je 1 april direct tot actie over kan gaan.


Hoe lang mag het UWV over de beslissing doen?

De beslistermijn van het UWV bedraagt normaal gesproken 8 weken, maar gezien het UWV veel aanvragen verwacht in het eerste half jaar na inwerkingtreding van de regeling, is de beslistermijn 6 maanden in deze periode van aanvraag.


Wat kost dat eigenlijk?

Wat altijd zo leuk is aan dit soort regelingen is dat het zo positief lijkt. De eerste impuls is: fijn, we krijgen als werkgever nu eens geld terug; de pleister op de wond! Maar links- of rechtsom betalen wij het met zijn allen natuurlijk ‘gewoon’ zelf. Want wat kost dit nu?


  • UWV Implementatiekosten: €4,4 miljoen.

  • UWV Structurele kosten (schatting): €6,4 miljoen in 2020, €4,6 miljoen in 2021 en vanaf 2022 jaarlijks €2,5 miljoen.

  • Werkgevers Kennisnemingskosten (schatting o.b.v. 350.000 organisaties): €1 miljoen.

  • Werkgevers Administratieve lasten: €0,5 miljoen (tijdsbesteding van 1 uur per aanvraag).


Bottom-line is dat deze wet ervoor moet gaan zorgen dat werkgevers goed werkgeverschap KUNNEN tonen door het contract te beëindigen en medewerkers niet meer slapend in dienst te houden. Laten we nu hopen dat dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren en de werkgevers dit ook WILLEN. En anders wordt het voor de werknemer makkelijker om het beëindigen van het contract af te dwingen middels het gerecht. Zoals ik zelf altijd zeg: het arbeidsrecht is er niet om het de werkgevers naar de zin te maken, maar die pleister is dan toch wel fijn!



Bron: Staatscourant 2019, 10547 (18-02-2019)

Bedrijfsgegevens

 

ABR Arbodienstverlening

Meester Vriensstraat 2

5246 JS  Rosmalen

073 691 17 21

info@abrarbodienst.nl

KvK: 17157318

BTW: NL817647430B01

Certificeringen:

 

  • ABR Arbo bemiddeling

© 2020 | ABR Arbodienstverlening